Competenties certificaat B
Certificaat B helpt de student op weg naar het starten en voeren van een eigen bedrijf. Om voor het certificaat in aanmerking te komen moet de student competenties beheersen of ontwikkelen die horen bij het ondernemerschap, zoals:
- Marktgerichtheid
- Een ondernemer ziet waar commerciële kansen liggen voor het bedrijf. Hij kan zich inleven in wat klanten willen en speelt daar op in. Een ondernemer houdt in de gaten wat de concurrenten doen. Hij leest de (vak)bladen en praat met klanten zodat er vooruit gelopen wordt op veranderingen in de markt.
- Creativiteit
- Een ondernemer heeft het vermogen om vanuit andere invalshoeken te denken. Hij kan problemen omzetten in nieuwe kansen en durft overwogen risico’s te nemen. Hij laat zich niet beperken maar uitdagen door situaties.
- Flexibiliteit
- Een ondernemer kan zich aanpassen op veranderingen in de situatie, zoals nieuwe wensen van klanten of nieuwe concurrenten op de markt. Hij ziet kansen en bedreigingen en het effect daarvan en past zich hier op aan.
- In/verkoopvaardigheid
- Een ondernemer weet wat er komt kijken bij het inkopen van producten of materialen. Daarnaast kan hij zijn product verkopen door goed te luisteren naar de klanten en zo hun behoefte duidelijk te krijgen. Ook kan de ondernemer onderhandelen. Hij weet de verkoop te sluiten en kan waarde creëren.
- Financieel inzicht
- Een ondernemer weet hoe hij een goede balans tussen kosten en uitgaven kan bereiken. Hij houdt rekening met toekomstige uitgaven en kan met een bedrijfsadviseur een financiële prognose maken. De ondernemer ziet de bank niet als een bedreiging maar als een kans voor het realiseren van een doel.
- Organisatietalent
- Een ondernemer is in staat om het bedrijf op een praktische en logische manier te laten functioneren. Hij kent zijn werkzaamheden en die van zijn werknemers en weet deze zo effectief mogelijk in elkaar te passen. Door plannen en regelen krijgt hij zijn zaken precies zoals hij ze hebben wil.
- Leiderschap
- Een ondernemer stuurt mensen op de juiste manier aan. Hij weet hoe hij zijn werknemers moet inschatten en helpt hen door ze de ruimte en het vertrouwen te geven. Natuurlijk geeft hij ook grenzen aan en kan hij ook controlerend optreden.
